Chapter 1
Van invulboekjes tot talkshows
Neefjes en nichtjes in een appartement aan zee. Iedereen kreeg van mij een invulboekje op maat, spannend genoeg om af te maken, gemaakt voor precies die ene persoon. Live getekend door de hand van Juffie Tessa, die zich rot zweette om hun invultempo bij te houden.
Een weide ergens in het Pajottenland en een barak die smeekte om een clubhuis te worden. Ik bedacht een hele werking en een proces. De thema’s, het engagement, het clubreglement. Na enkele campagnes wil niemand bij mijn club. Ik vroeg denk ik te veel ernstigs van mijn vriendjes. Mijn eerste harde les in het (niet) ontwerpen van betrokkenheid.
De eerste groepen die ik mocht gidsen zullen waarschijnlijk de schatjes geweest zijn van de zomerkampen van de mutualiteit. Ik slurpte gretig mijn artistieke en culturele studies op, maar mijn vraagstuk verdween nooit: hoe krijg je mensen in beweging?
Onder de vleugels van Link in de Kabel zette ik als groentje een label neer voor co-creatie met jongeren, BREEDBEELD. Een jaarlijks maakfeest van artistieke disciplines. Achteraf gezien misschien precies dat waar ik vandaag terug mee bezig ben. Proeven. Voelen. Maken. Tonen.
Maar ik moest terug naar Brussel, naar mijn hart. Als cultuurbeleidscoördinator in Sint-Gillis werd die fascinatie scherper. In adviesraden en co-creatieprocessen ontdekte ik dat het vaak minder om de inhoud ging dan om wat er tussen mensen gebeurt: hoe creëer je engagement, verbinding en goesting? We transformeerden een stoffige adviesraad tot een lokale talkshow. Maakten verbinding met wijken met een caravan. En toen zag ik: diepgang kan en mag speels zijn.




